Disciplines ketenzorg

Paramedisch logopedist

Definitie

Een logopedist is een paramedisch therapeut die zich bezig houdt met alle aspecten van de non-verbale en verbale communicatie (stem, spraak, taal en gehoor) en mondfuncties.

Werkzaamheden

Opsporen, diagnosticeren en behandelen van problemen op het gebied van mondmotoriek, stem, spraak, taal, communicatie en auditieve verwerking.
Onderzoek van spraak- en/of taalontwikkeling met behulp van gestandaardiseerde tests en observaties. Behandeling van problemen in de spraak- en/of taalontwikkeling en communicatieve ontwikkeling.

Waar werkzaam

Extramurale (eerstelijns) gezondheidszorg:

  • praktijken
Intramurale gezondheidszorg:
  • onderwijs (SBO, SO-scholen)
  • schoolbegeleidingsdiensten
  • Audiologische centra
  • Ziekenhuizen
  • Revalidatiecentra

 

Toegang

Verwijzing noodzakelijk van huisarts of specialist.

Opleiding

HBO: 4 jaar

Beroepsvereniging

Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie
www.nvlf.nl

Overig

Aandachtsgebieden

  • Opsporen (screening)
  • Diagnostiek
  • Behandelen
  • Medisch ingrijpen
  • Adviseren

Interview paramedisch logopedist

Waar bent u werkzaam? Vrije vestiging Waar houdt u zich mee bezig? Als een kind met mogelijk spraak- en taalproblemen wordt aangemeld, dan plannen we het kind in. Wanneer het druk is, moet het soms een aantal weken wachten voordat het kan worden geplaatst. Dan wordt er een intakegesprek met de ouders gehouden. Soms ook met het kind zelf, maar dat hangt heel erg af van de leeftijd van het kind. Vervolgens doen we een onderzoek, bijvoorbeeld op het gebied van articulatie of een taalonderzoek. Dit is natuurlijk afhankelijk van de hulpvraag. Daarvan wordt in ieder geval een verslag gemaakt die de ouders, de school en de verwijzer ontvangen. En afhankelijk van de hulpvraag en de uitslag van het onderzoek, wordt gekeken hoe groot de achterstand is of in welke mate fouten worden gemaakt. Op basis daarvan wordt bepaald of we logopedie starten. Dat betekent dat bij dezelfde logopedist ook een behandeling wordt gestart en voorlichting wordt gegeven aan bijvoorbeeld de ouders. Vervolgens wordt het kind na ongeveer 3 tot 6 maanden opnieuw getest, en wordt ook daarover een verslag geschreven dat naar de ouders, de huisarts en de school gaat.
Welk instrumentarium gebruikt u op het gebied van de diagnostiek van spraak- en taalontwikkeling? Ik maak in het begin gebruik van de SNEL (link taaltesten) en van de Taalstandaard (link taaltesten) bij peuters.
Verder maak ik voor het taalonderzoek gebruik van de Reynell, de PPVT, de Schlichtingtest, de CELF, Hodsen + Padenonderzoek, de Nijmeegse Pragmatiektest, Logo-art, Metaphon, de TVK, de Gramat en de TAK. Een heel repertoire aan testen dus!
Wanneer verwijst u door naar een andere discipline? Ik verwijs door naar een andere discipline als ik twijfels heb over bijvoorbeeld het gehoor, het gedrag, de cognitieve mogelijkheden van kinderen en bij vragen over de motoriek. Of ik verwijs door wanneer een kind ondanks veel inspanning niet of minimaal vooruit gaat.
Waarheen verwijst u zoal? Via de huisarts bijvoorbeeld naar audiologische centra, cluster 2 scholen, fysiotherapeuten en psychologen. Welke terugkoppeling krijgt u van de discipline waarheen u verwezen heeft? Eigenlijk gaat de terugkoppeling op verschillende manieren zoals via brieven, mondeling, telefonisch of via een verslag. Meestal gaat het om test- en behandelresultaten of verder onderzoek. Verder overleggen we over de verdere gang van zaken.
Vanuit welke disciplines wordt verwezen naar u? Ja, dat gebeurt eigenlijk ook vanuit veel verschillende disciplines. Dit komt omdat spraak- en taalproblemen vaak niet op zich zelf staan, maar ook samen kunnen hangen met veel soorten andere problemen. Er wordt verwezen vanuit audiologische centra, revalidatie, KNO, neurologie, orthodontie, huisartsenpraktijken, consultatiebureaus (via huisarts), GGD, schoollogopedie en peuterspeelzalen. Verder krijgen we verwijzingen van leerkrachten, intern begeleiders, kinderartsen, tandartsen, pedagogen, kinderfysiotherapeuten en longartsen. Met welke disciplines werkt u samen? Met ambulant begeleiders cluster 2 en 3 (overleg), leerkrachten, peuterspeelzaalleidsters en crècheleidsters.
Welke terugkoppeling geeft u aan de verwezen discipline? Bij de school doe ik dat meestal telefonisch, bij de andere disciplines schriftelijk, meestal via de huisarts. Wanneer niet verwezen is via de huisarts, dan schrijf ik een brief rechtstreeks naar de specialist. Meestal beschrijf ik de onderzoeksgegevens, de conclusie met betrekking tot het handelen, doelen van de behandeling en de frequentie van de therapie. Hoe worden de groep mensen waar u mee werkt doorgaans aangeduid (bijvoorbeeld in verwijsbrieven, of bij gesprekken met collega's?)? Dat verschilt per setting. Bij huisartsen gebruik ik bijvoorbeeld de term patiënt, maar bij fysiotherapeuten bijvoorbeeld weer eerder cliënt.
Welke van de volgende uitspraken is het beste van toepassing binnen uw werk:
a. kinderen met een taalstoornis
b. kinderen met mogelijkheden
c. kinderen met rechten en plichten
Wat is voor u het meest van toepassing:
Kinderen met taalproblemen functioneren meestal het beste in:

a. speciaal (basis)onderwijs, medisch kinderdagverblijf
b. kinderdagverblijf of peuterspeelzaal met VVE-programma
c. reguliere basisschool
Dit verschilt per school en kind
Heeft u wensen ten aanzien van de verwijstrajecten waarmee u te maken heeft? Ik zou het fijn vinden als er duidelijkere richtlijnen komen voor de samenwerkende disciplines. Er zijn nog wel wat onduidelijkheden wat betreft de terugkoppeling van gegevens en verwijzen. Graag zou ik meer continuïteit in het overleg met de huisartsen willen. Verder is het soms verwarrend als instanties van naam veranderen en dit niet duidelijk doorgeven. Tot slot zou ik meer tijd willen hebben voor overleg met de school.  

Volg ons ook op