Klassiek Autisme

 

Definitie

Een Autistische Stoornis is een ontwikkelingsstoornis met een neurobiologische oorzaak. Voor het derde levensjaar ondervindt iemand met een Autistische Stoornis:

  • kwalitatieve beperkingen in sociale interactie
  • kwalitatieve beperkingen in verbale en non-verbale communicatie
  • beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten waarbij sprake is van een stoornis in de verbeelding

DSM-IV)
Een Autische Stoornis blijkt niet stabiel. Zo kunnen sommige gedragingen veranderen of in ernst toe- of afnemen.

Prevalentie 10:10.000
0,08% (Centrum voor Autisme)
Kenmerken

DSM IV Autistische stoornis:

Sociale interactie

  • duidelijke stoornissen in het gebruik van verschillende vormen van non-verbaal gedrag, zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshouding en gebaren om de sociale interactie te bepalen
  • er niet in slagen met leeftijdgenoten tot relaties te komen die passen bij het ontwikkelingsniveau
  • tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen (bijvoorbeeld het niet laten zien brengen of aanwijzen van voorwerpen die van betekenis zijn)
  • afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid

verbale en nonverbale communicatie

  • achterstand in of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van de gesproken taal (niet samengaand met een poging tot compensatie met alternatieve communicatiemiddelen, zoals gebaren of mimiek)
  • bij individuen met voldoende spraak duidelijke beperkingen in het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden
  • stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik
  • afwezigheid van gevarieerd spontaan fantasiespel (doen-als-of-spelletjes) of sociaal imiterend spel (nadoen-spelletjes) passend bij het ontwikkelingsniveau

stereotype gedragingen

  • sterke preoccupatie met één of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is in intensiteit of richting
  • duidelijk rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines of rituelen
  • stereotiepe en zich herhalende motorische maniërismen (bijvoorbeeld fladderen, draaien met hand of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam)
  • aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen
Kenmerken spraak-,taalontwikkeling  
Vaak voorkomende comorbiditeit
Wie diagnosticeert?

GZ-psycholoog / orthopedagoog generalist: klinisch onderzoek, schoolobservatie, intelligentie onderzoek

kinderarts: voor lichamelijke problemen, medische klachten en/of opvallende uiterlijke kenmerken. Bijvoorbeeld vanuit het Autisme Team Nederland.

Do´s and dont´s in de (logopedische) begeleiding
Links  

Volg ons ook op