Asperger syndroom

 

Asperger syndroom

De Stoornis van Asperger / het Asperger syndroom is een ontwikkelingsstoornis met een neurobiologische oorzaak. Iemand met de stoornis van Asperger ondervindt moeilijkheden op twee gebieden, namelijk op het gebied van sociale interactie en gedrag/spel. Er is geen sprake van een algehele achterstand in de taalontwikkeling, geen verstandelijke achterstand in de ontwikkeling en het sociaal of beroepsmatig functioneren moet ernstig beperkt worden (DSM-IV).

DSM-IV)
Een Autische Stoornis blijkt niet stabiel. Zo kunnen sommige gedragingen veranderen of in ernst toe- of afnemen.

Prevalentie Varieert: 30-40:10.000 tot 2:10.000
0,38% (Centrum voor Autisme)
Kenmerken

DSM IV Asperger syndroom:

Kwalitatieve afwijkingen in wederkerige sociale interactie:

  • a. onvermogen om op een adequate manier gebruik te maken van oogcontact, gelaatsuitdrukkingen, lichaamshouding en gebaren die de sociale interactie reguleren;
  • b. onvermogen om relaties op te bouwen met leeftijdgenoten (op een manier die past bij de mentale leeftijd, en ondanks voldoende mogelijkheden hiertoe), waarin sprake is van wederzijds gedeelde interesses, activiteiten en emoties;
  • c. gebrekkige sociaal-emotionele wederkerigheid, blijkend uit een gebrekkige of afwijkende reactie op emoties van anderen; of gebrek aan aanpassing van gedrag aan de sociale context; of een geringe integratie van sociale, emotionele en communicatieve gedragingen;
  • d. gebrek aan spontane neiging om plezier, interesses, of prestaties te delen met anderen (bijvoorbeeld door het tonen, naar iemand toebrengen of aanwijzen van voorwerpen die de betrokkene interessant vindt)

De betrokkene vertoont een ongewoon intense, scherp afgebakende interesse of beperkte, zich herhalende en stereotiepe patronen van gedrag, interesses en activiteiten op minstens één van de volgende terreinen:

  • a. een alomvattende preoccupatie met stereotiepe en beperkte belangstellingspatronen die abnormaal zijn in hun intensiteit en strikte afbakening, maar niet ongewoon qua inhoud of gerichtheid;
  • b. klaarblijkelijk dwangmatig vasthouden aan specifieke, niet-functionele routines of rituelen;
  • c. stereotiepe en zich herhalende motorische maniërismen, waaronder hetzij fladderen of draaien met handen/vingers, of complexe bewegingen met het hele lichaam;
  • d. preoccupatie met onderdelen of niet-functionele kenmerken van spelmateriaal (zoals de kleur, de manier waarop het aanvoelt, of het geluid of de trilling die het voortbrengt)

Motorische onhandigheid is gebruikelijk.

Kenmerken spraak-,taalontwikkeling

Fonologie + syntaxis vergelijkbaar met andere kinderen. Vooral problemen op het gebied van de pragmatiek, semantiek, prosodie. Spreek juist teveel of weinig, heeft geen samenhangende bijdrage aan een gesprek. Gebruikt woorden op eigenaardige manier, maakt telkens gebruik van terugkerende woorden en zinnen. Geen oogcontact. Letterlijke betekenis van woorden. (Attwood, 2001) Ouderlijk taalgebruik, soms echolalie!

Attwood, T. (2001). Het syndroom van Asperger, Lisse: Swets & Zeitlinger, p. 32-34, 52-53, 63-65.

Vaak voorkomende comorbiditeit Angststoornis/depressie
Wie diagnosticeert?

GZ-psycholoog / orthopedagoog generalist: klinisch onderzoek, schoolobservatie, intelligentie onderzoek

kinderarts: voor lichamelijke problemen, medische klachten en/of opvallende uiterlijke kenmerken. Bijvoorbeeld vanuit het Autisme Team Nederland.

Do´s and dont´s in de (logopedische) begeleiding
Links www.aspergersyndroom.nl

Volg ons ook op