Autisme Spectrum Stoornissen (ASS)

 

Definitie

Een Autistisme Spectrum Stoornis is een ontwikkelingsstoornis met een neurobiologische oorzaak. Voor het derde levensjaar ondervindt iemand met een Autistische Stoornis moeilijkheden op drie gebieden:

  • sociale interactie
  • communicatie
  • gedrag / spel

Een Autistische Stoornis blijkt niet stabiel. Zo kunnen sommige gedragingen veranderen of in ernst toe- of afnemen.

Autisme is onder te verdelen in Kernautisme ook wel Klassiek Autisme, syndroom van Asperger, PDD-nos, RETT-syndroom en desintegratiestoornis.

Prevalentie 0,6% (60:10.000) van de totale bevolking (centrum voor autisme) 1,16% geschat in Nederland (Nederlandse Vereniging voor Autisme n.a.v. artikel in the Lancet naar populatie in Engeland)
Kenmerken

14-20% van de kinderen met ASS spreken niet. 67 % van de sprekende kinderen met ASS hebben taalproblemen 20% van de kinderen met ASS laat een taalverlies zien in de eerste periode van lexicale ontwikkeling, een andere groep heeft een verlate lexicale ontwikkeling. Alle kinderen met ASS hebben primaire pragmatische problemen als:

  • beperkt repertoire
  • problemen in de conversatie
  • problemen in de verhaalopbouw
  • moeite met het rekening houden met de voorkennis van de luisteraar
Vaak voorkomende comorbiditeit
  • Verstandelijke beperking
Wie diagnosticeert? klinisch onderzoek, schoolobservatie, intelligentie onderzoek kinderarts: voor lichamelijke problemen, medische klachten en/of opvallende uiterlijke kenmerken. Bijvoorbeeld vanuit het Autisme Team Nederland.
Do´s and dont´s in de (logopedische) begeleiding

Behoefte aan een "zakelijke" relatie en behoefte aan een duidelijke structuur:

Zorg voor rust en voorspelbaarheid (duidelijke structuur) door:

structureren van ruimte en materialen:

  • eigen werkplek
  • prikkelarme omgeving; denk aan visuele, auditieve, tactiele prikkels.
  • vaste plaats voor materiaal, meubilair
  • iedere activiteit zijn eigen plek

structureren van tijd:

  • dagindeling
  • volgorde van taken
  • lesindeling
  • start en einde van een activiteit concreet aangeven.
  • geen vage begrippen gebruiken als ‘straks’, ‘even’ en helemaal niet ‘nu’.
  • aansturen werktempo, bijvoorbeeld met behulp van (kleuren)klok.

structureren van activiteiten/taken:

  • hoe lang?
  • met wie?
  • waar?
  • met welk materiaal?
  • wat te doen als het misgaat?

structureren van interactie. Oefen communicatieve functies:

  • hoe je binnenkomt;
  • hoe je om hulp kunt vragen;
  • hoe en met wie je samenwerkt in een groepje;
  • hoe je je in de kring gedraagt.

Structureren regels:

  • roosters
  • regels
  • looproutes
  • beloning / straf
  • wijzigingen aangeven

Geef hierbij visuele ondersteuning en werk volgens vaste routines. Maak als-dan-afspraken zodat duidelijk is wat van hem/haar wordt verwacht.

Wees daarbij zelf (zakelijke relatie):

  • consequent
  • duidelijk
  • voorspelbaar
  • neutraal
Links

www.balansdigitaal.nl 
www.autismeinfocentrum.nl (NVA) 
www.geefmede5.eu 
www.centrumautisme.nl (Centrum Autisme)


Volg ons ook op